Regionale academie voor beeldende kunsten
Menu

Schoolreglement

van de gemeentelijke Academie voor Beeldende Kunsten, houdende rechten en plichten van elke leerling, als volgt:

“Hoofdstuk 1 – Toepassingsgebied
Art. 1 Dit schoolreglement is van toepassing op alle leerlingen van de academie en tevens op de ouders van minderjarige leerlingen.

Hoofdstuk 2 – Definities
Art. 2 Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

  1. Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de gemeentelijke academie voor beeldende kunsten namelijk de gemeenteraad van Brasschaat. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen van Brasschaat bevoegd.
  2. Directeur: de directeur van de academie of zijn afgevaardigde.
  3. Leerling: de persoon die ingeschreven is aan de academie overeenkomstig de reglementaire toelatingsvoorwaarden.
  4. Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.
  5. Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs;

Hoofdstuk 3 – Inschrijvingen en inschrijvingsgelden
Art. 3 De leerlingen worden ingeschreven vóór 1 oktober van het lopend schooljaar.
Art. 4 Inschrijvingsgelden

  1. Een leerling betaalt minimum het inschrijvingsgeld vastgelegd volgens de ministeriële bepalingen. Inschrijvingsgelden worden betaald per studierichting. De inschrijving van een leerling is slechts definitief na het betalen van het wettelijk voorziene inschrijvingsgeld. De leerling die voor dezelfde studierichting in meerdere academies is ingeschreven betaalt geen inschrijvingsgeld indien hij kan bewijzen dat hij in een andere instelling reeds betaald heeft.
  2. Een leerling die gebruik kan maken van een verminderd tarief moet het vereiste attest voorleggen.
  3. Het schoolbestuur heeft het recht een bijkomende bijdrage te vragen of reducties toe te staan.
  4. In geval van moeilijkheden tot betaling moet de leerling zich wenden tot de directie.

Hoofdstuk 4 – Toelatingsvoorwaarden
Art. 5
§1 In principe start een leerling in het eerste leerjaar van de gekozen optie. Daarbij moet hij wel beantwoorden aan de leeftijdsvoorwaarden voor de studierichtingen:

§2 Om naar het volgende leerjaar te gaan moet de leerling geslaagd zijn voor de proeven
van het voorafgaande leerjaar.
Art. 6
§1 Wanneer een leerling in een ander leerjaar of optie wil instromen dan hij op basis van de gewone toelatingsvoorwaarden mag, kan de directeur in samenspraak met de betrokken vakleerkrachten een toelatingsperiode opleggen. Deze toelatingsperiode duurt maximaal tot 31 januari. De leerling volgt de vakken van het leerjaar waarin hij wil terecht komen. Na die toelatingsperiode maken de directeur en de leerkrachten een attest op dat motiveert of de leerling het leerjaar verder kan blijven volgen of hij naar een ander leerjaar wordt doorverwezen.

Hoofdstuk 5 – Vrijstellingen
Art. 7
§1 Iedere leerling volgt alle vakken van een gekozen optie.
§2 Een leerling kan een vrijstelling bekomen voor die vakken die reeds met vrucht werden gevolgd op een gelijkwaardig of hoger niveau van het voltijds secundair onderwijs, van het deeltijds kunstonderwijs, of van het kunstonderwijs met beperkt leerplan.
§3 De directeur kan – in samenspraak met de betrokken leerkrachten – vrijstelling verlenen voor een vak om pedagogische redenen. Die vrijstelling wordt gestaafd met een attest. In geval van twijfel wordt het advies van de inspectie gevraagd, en kan de leerling een toelatingsperiode worden opgelegd.
§4 Vrijstellingen op basis van een buitenlands diploma moeten altijd worden aangevraagd (niet-Nederlandse diploma’s moeten worden vertaald).
Art. 8 Een verkregen vrijstelling geldt voor de ganse duur van de opleiding indien ze werd verleend op basis van reeds gevolgde gelijkwaardige of hogere studies. In andere gevallen kan de vrijstelling voor één schooljaar gelden. Leerlingen die overzitten worden vrijgesteld voor het vak/de vakken waarvoor zij reeds slaagden indien zij van het betrokken leerjaar de proeven van alle vakken hebben afgelegd.

Hoofdstuk 6 – Aanwezigheden
Art. 9 De leerlingen zijn verplicht de lessen regelmatig te volgen, behoudens in geval van ziekte of overmacht. Iedere afwezigheid moet gewettigd of gerechtvaardigd zijn. Ongewettigde afwezigheden kunnen aanleiding geven tot één van de sancties vermeld in hoofdstuk 8.
Art. 10 Behalve indien een leerling gewettigd afwezig is, neemt hij vanaf 1 september tot en met 30 juni deel aan alle lessen en activiteiten van het leerjaar waarin hij is ingeschreven. Indien de ongewettigde afwezigheden meer bedragen dan decretaal bepaald, kan men niet deelnemen aan de proeven.
Art. 11 Indien een leerling tijdens proeven afwezig is wegens ziekte, verwittigt hij onmiddellijk het secretariaat en moet hij steeds een medisch attest inleveren.
Art. 12 Wanneer een leerling om gelijk welke reden niet aan een proef kan deelnemen, kan hij steeds verplicht worden die achteraf af te leggen.
Art. 13 De leerlingen moeten de begin- en einduren van de lessen respecteren. Dit houdt in dat minderjarige leerlingen de academie niet kunnen verlaten tijdens de voorziene lesonderbrekingen.
In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor de einduren verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.
Art. 14 Indien de les niet doorgaat tengevolge van overmacht of een andere reden worden in volgorde de volgende maatregelen genomen:

Hoofdstuk 7 – Lesverplaatsingen
Art. 15 Alle leerlingen hebben recht op alle lessen van hun studierichting en optie.
Art. 16 Een lesverplaatsing is elke les die niet doorgaat conform het door de school vastgelegde lesrooster.
Art. 17 Enkel de directeur kan lesverplaatsingen toestaan.
Art. 18 De leerlingen en/of ouders worden schriftelijk van elke lesverplaatsing op de hoogte gebracht door de betrokken leerkracht.
Art. 19 De lessen kunnen niet worden verplaatst naar een vakantiedag of wettelijke feestdag.
Art. 20 Een verplaatste les heeft de gebruikelijke duurtijd. Bij een lesverplaatsing van een groepsgericht individueel vak wordt bij voorkeur de samenstelling van de groep gerespecteerd.

Hoofdstuk 8 – Orde en tucht
Art. 21 Een tuchtmaatregel kan worden genomen indien het gedrag van de leerling:

Art. 22 Volgende sancties kunnen worden toegepast:

  1. een vermaning van de directeur, eventueel op voorstel van de leerkracht/toezichter;
  2. een tijdelijke uitsluiting door de directeur, eventueel op voorstel van de leerkracht/toezichter;
  3. een definitieve uitsluiting door het college van burgemeester en schepenen op voorstel van de directeur.

a) Een sanctie getroffen tegen een minderjarige leerling wordt door de directeur schriftelijk aan zijn/haar ouders meegedeeld met vermelding van de reden.
b) Een sanctie getroffen tegen een meerderjarige leerling wordt schriftelijk door de directeur aan de betrokkene meegedeeld met vermelding van de reden.

De onder a) en b) vermelde sancties worden door de directeur eveneens meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.
Art. 23
§1 De leerlingen laten het leslokaal bij het einde van de les in voldoende ordelijke staat achter.
§2 De leerling is verantwoordelijk voor de schade die hij vrijwillig toebrengt aan:

Dit houdt in dat de schade indien mogelijk op zijn kosten moet worden hersteld.

Hoofdstuk 9 – Evaluatie en evaluatiefiche
Art. 24 Tijdens het schooljaar wordt minstens tweemaal een schriftelijke evaluatie van elke leerling gemaakt aan de hand van een evaluatiefiche. De leerling en/of de ouders worden in kennis gesteld van deze evaluatie.

Hoofdstuk 10 – Examens
Art. 25 De examens worden georganiseerd overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.

Art. 26 De leden van de examencommissie worden op voorstel van de directeur door het college van burgemeester en schepenen aangesteld. Niemand mag als lid van de examencommissie zitting hebben voor de proef van een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad.
Art. 27 Elke leerling bekomt op het einde van het schooljaar een attest of een getuigschrift op basis van de behaalde resultaten.

Hoofdstuk 11 – Leerlingen en auteursrechten
Art. 28 De leerlingen en de academie respecteren te allen tijde het geldende auteursrecht. Bij alle werken die de leerlingen maken worden zij beschouwd als auteur. De academie kan hierop geen enkele afbreuk doen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de leerling. De leerlingen worden uitgenodigd om alle werken die op de school werden gemaakt in de loop van het schooljaar vrij ter beschikking te stellen van de academie. Deze werken kunnen enkel worden gebruikt voor didactisch-pedagogische doeleinden (voorbeeldfunctie) of activiteiten die de academie naar buiten uit moeten vertegenwoordigen (tentoonstellingen, opendeurdagen, drukwerk…). De leerlingen ontvangen hiervoor geen vergoeding. De academie van haar kant verbindt er zich toe om, bij iedere activiteit waarbij op de één of andere manier gebruik wordt gemaakt van werken, de naam van de leerling te vermelden en het recht op eerbied voor deze werken te garanderen. De academie zorgt er tevens voor dat de ter beschikking gestelde werken tegen een redelijk bedrag zijn verzekerd.

Hoofdstuk 12 – Activiteiten georganiseerd door de academie
Art. 29 De leerlingen worden schriftelijk uitgenodigd hun medewerking te verlenen aan openbare voorstellingen, tentoonstellingen of aan andere kunstmanifestaties die door de academie worden ingericht. Participerende leerlingen vallen volledig onder de schoolverzekering.
Art. 30 Buitenschoolse lesactiviteiten die door de academie worden georganiseerd voor minderjarige leerlingen, worden schriftelijk aan de ouders meegedeeld.

Hoofdstuk 13 – Initiatieven van de leerlingen
Art. 31 Alle teksten die leerlingen in de academie wensen te verspreiden, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden voorgelegd. Een geldomhaling in de academie door de leerlingen kan slechts gebeuren na schriftelijke goedkeuring van de directeur.
Art. 32 Leerlingen die deelnemen aan kunstmanifestaties buiten de academie en daarbij de naam van de academie willen gebruiken, moeten daarvoor de schriftelijke toestemming van de directeur bekomen.
Art. 33 Activiteiten die door leerlingen of derden op eigen initiatief worden georganiseerd voor een bepaalde leerlingengroep, vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de academie.

Hoofdstuk 14 – Uitlenen van boeken
Art. 34

§1 Binnen de voorwaarden vastgelegd in het bibliotheekreglement kunnen aan de leerlingen werken worden uitgeleend in de bibliotheek.

Hoofdstuk 15 – Toezicht
Art. 35 Het schoolbestuur verzekert het toezicht. De leerlingen en de ouders gedragen zich daarbij naar de onderrichtingen van het desbetreffend reglement.

Hoofdstuk 16 – Algemeen rookverbod
Art. 36 Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen en andere open ruimten.

Hoofdstuk 17 – Privacy
Art. 37
Algemeen
Het schoolbestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving.
Art. 38 Meedelen van leerlingengegevens aan derden
De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.
Art. 39 Afbeeldingen van personen
Afbeeldingen van leerlingen kunnen worden gepubliceerd. De betrokken leerlingen of ouders kunnen schriftelijk hun toestemming weigeren.

Hoofdstuk 18 – Vertrouwenspersoon
Art. 40 Het schoolbestuur heeft Guy Schoch, hoofd interne zaken en Monique Lenaerts, bestuurschef, aangesteld als vertrouwenspersonen binnen de school. Zij zijn bevoegd voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag. Het kan gaan over geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag.

Hoofdstuk 19 Informatie en afspraken
Art.41 Praktische afspraken i.v.m. organisatie en werking van de academie worden opgenomen in de infobrochure die onlosmakelijk deel uitmaakt van dit schoolreglement.
Het kan gaan over:

Art.42 Het schoolreglement en het reglement lesverplaatsingen zijn te allen tijde raadpleegbaar in het schoolsecretariaat en worden ad valvas uitgehangen in elk filiaal of elke wijkafdeling.”
Art.2.- Onderhavig besluit zal voor het nodige gevolg bezorgd worden aan de bevoegde overheden.

Gedaan in zitting datum als boven.

Bij verordening:
De Secretaris,
De Voorzitter

VOOR EENSLUIDEND UITTREKSEL:

Bij verordening:
De Secretaris a.i.,
De Burgemeester,