Regionale academie voor beeldende kunsten
Menu

Artistiek pedagogisch project

“Science works with chunks and bits and pieces of things with the continuity presumed, and the artist works only with the continuities of things with the chunks and bits and pieces presumed.”

Robert Pirsig
“Zen and the art of motorcycle maintenance”
 

 

 

De rijkdom van een volk is merkbaar aan de manier waarop ze met hun verscheidenheid en cultuurerfgoed omspringen, hoe ze hun problematiek kanaliseren of vormgeven.

Het kunstonderwijs kan een belangrijke rol spelen in dit proces.

Onze academie wil elk individu een kans bieden op een optimale ontwikkeling; een ontwikkeling die niet leidt tot gelijkvormigheid, maar vertrekt vanuit ieders eigen achtergrond, zodat zijn of haar talenten en mogelijkheden zo optimaal mogelijk worden ontwikkeld. Dit leidt  tot verscheidenheid; voor ons een prioriteit.

Er wordt gestreefd naar de totale ontwikkeling van de persoon door verwerving van kennis en inzichten en door de ontwikkeling van vaardigheden en attitudes, met bijzondere aandacht voor een kritische en creatieve ingesteldheid. Dit altijd vertrekkend vanuit de specifieke leefwereld van de leerling.

De academie wil de plaats bij uitstek zijn waar aan “beeldscholing” wordt gedaan. Waar de leerling de beeldtaal leert begrijpen en gebruiken door haar vanuit verschillende invalshoeken te onderzoeken, dit door in de eerste plaats zelf “beelden” te maken. We gaan ervan uit dat de leerling, door middel van een nieuw verworven (beeld)taal de hem of haar omringende wereld beter kan leren begrijpen. Om dit te realiseren moet er in de eerste plaats een klimaat van vrijheid, maar tegelijkertijd van rust en geborgenheid heersen. De klemtoon ligt hierbij op het gebruiken en vertalen van de aangeleerde technieken naar eigen werk toe, met telkens een streven naar een groot mogelijke vorm van authenticiteit.

Deze eigenheid te toetsen aan klassieke en hedendaagse cultuur- en kunstgeschiedenis is het eigenlijke leerdoel; het is dit proces dat ons interesseert, niet het product.

Vertaald naar de praktijk toe komt het erop neer dat we in de jeugdateliers de klemtoon leggen op “ bewaren”.

We proberen de rijkdom in het kind enkel te bewaren en te koesteren. Het verhaal van het kind interesseert ons en we begeleiden het in de manier waarop het dat wil uitbeelden en gestalte geven. Met een hart voor het plezier dat een kind daarin vindt en een kunstenaarsblik op het juiste moment. De kinderen maken vooral kennis met de vreugde van zelf iets te creëren dat er voordien niet was. Ontdekken vanuit plezier en zin voor experiment voert de boventoon.

In de jongerenateliers ligt de klemtoon dan weer eerder op “stimuleren”.

Beeldende vorming raakt in het leerplichtonderwijs meer en meer op de achtergrond.

Tegelijkertijd wordt het belang van het visuele in het dagelijkse leven steeds groter. De overvloed van “beelden” zorgt voor verwarring.

De academie wil deze kloof dichten door de jongerenateliers aan te moedigen zich beeldend uit te drukken en hen daar de middelen toe aan te reiken. Toegepaste kunst en moderne media zijn voor deze jongeren evenzeer belangrijke expressiemiddelen.

Wat in de jeugdateliers werd aangeboden, wordt nu uitgediept; een eigen beeldtaal wordt gevormd.

Bij de volwassenenateliers zijn de kernwoorden: “laten leiden”, “begeleiden” of “zelfstandig zijn”.

Laten leiden: sommige mensen willen in dat merkwaardige gebied van beeldende kunst behoedzaam rondgeleid worden. Ze willen in de eerste plaats vertrouwd raken met de materie en vinden het goed om bij de hand genomen te worden.

Begeleiden: anderen vinden het aangenamer om in de academie de nodige ondersteuning te krijgen. Zij verlangen advies en een deskundige mening bij het uitvoeren van wat zij voor ogen hebben. Zij willen begeleid worden.

Tot slot: zelfstandig zijn: vaak na enkele jaren in deze ateliers vertoefd te hebben, zijn deze leerlingen voldoende onderlegd om vrij en zelfstandig te werk te gaan. Zij hebben vooral nood aan een opinie of een woord van kritiek.

De taak van de leerkracht in al deze processen, is begeleiden, aanreiken en stimuleren.

 

Directeur en leerkrachtenteam